Op OBS de Parel hebben we dagelijks oog voor de kwaliteit van ons onderwijs. We staan regelmatig stil bij de vragen: "Doen we de goede dingen?" en "Doen we die dingen goed?" We kijken naar wat goed gaat, waar kansen voor verbetering liggen en wat nodig is om ons onderwijs verder te versterken.
Op verschillende momenten in het schooljaar analyseren we als team de ontwikkeling en resultaten van onze leerlingen. We kijken daarbij naar welke doelen worden bereikt, welke doelen extra aandacht vragen en wat dit betekent voor ons onderwijs. Door dit gezamenlijk te bespreken, leren we van elkaar en maken we schoolbrede keuzes voor het behouden en verder verbeteren van de kwaliteit van ons onderwijs.
Ook ouders en leerlingen betrekken we bij de kwaliteit van onze school. Onder andere de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad denken hierover mee. Daarnaast vragen we periodiek via tevredenheidsenquêtes aan ouders, leerlingen en medewerkers hoe zij onze school en ons onderwijs ervaren.
Leerlingvolgsysteem
Gedurende het hele schooljaar volgen we de ontwikkeling van onze leerlingen. Daarbij kijken we breed naar wat een kind laat zien. Het dagelijkse werk, observaties in de klas, de doelen waaraan we werken, methodetoetsen en gesprekken met leerlingen geven ons informatie over hun ontwikkeling. Al deze informatie samen helpt ons om te zien waar een leerling staat, wat goed gaat en wat een passende volgende stap is.
We vinden het belangrijk om goed zicht te hebben op de doelen die leerlingen al beheersen en de doelen die nog extra aandacht nodig hebben. Hiervoor gebruiken we Focus PO. In de groepen 1 en 2 volgen we hiermee de ontwikkeling van kinderen op verschillende gebieden. In de groepen 3 tot en met 8 gebruiken we Focus PO vanaf schooljaar 2026-2027 voor rekenen.
Daarbij kijken we niet alleen naar ieder kind afzonderlijk, maar ook naar wat meerdere leerlingen of de groep als geheel nodig hebben. Als bijvoorbeeld blijkt dat een bepaald rekendoel voor meer leerlingen lastig is, kunnen we daar in onze lessen opnieuw, op een andere wijze of uitgebreider aandacht aan besteden. Zo proberen we ons onderwijs zoveel mogelijk binnen de groep passend te maken en bieden we extra ondersteuning of uitdaging waar dat nodig is. De informatie helpt ons bovendien om bij de overgang naar een volgend schooljaar goed aan te sluiten bij wat leerlingen al kennen en kunnen.
Twee keer per jaar nemen we daarnaast de toetsen van Cito Leerling in Beeld (LIB) af. Deze toetsen geven ons aanvullende informatie over de ontwikkeling van onze leerlingen. Een Cito-toetsuitslag staat nooit op zichzelf. We bekijken de resultaten samen met alle andere informatie die we gedurende het schooljaar verzamelen. Zo ontstaat een breed beeld van de ontwikkeling van een leerling én van de groep en kunnen we bepalen of ons onderwijs goed aansluit.
We volgen niet alleen hoe kinderen zich ontwikkelen op het gebied van taal en rekenen. Ook hun sociaal-emotionele ontwikkeling vinden we belangrijk. Hiervoor gebruiken we Kindbegrip. Daarnaast werken we met KWINK om gericht aandacht te besteden aan sociaal-emotioneel leren en een positieve, veilige groep.
Resultaten
Aan het einde van groep 8 maken onze leerlingen de verplichte doorstroomtoets. Op OBS de Parel gebruiken we hiervoor de doorstroomtoets van Cito Leerling in Beeld. De doorstroomtoets geeft aanvullende informatie over het niveau dat leerlingen aan het einde van de basisschool hebben bereikt op het gebied van taal en rekenen.
Bij de resultaten kijken we naar de referentieniveaus. Deze laten zien welk niveau leerlingen hebben bereikt voor lezen, taalverzorging en rekenen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het fundamentele niveau (1F) en de hogere niveaus (1S voor rekenen en 2F voor taal).
Het fundamentele niveau (1F) is het basisniveau waarvan we willen dat zoveel mogelijk leerlingen dit aan het einde van de basisschool beheersen. De Inspectie van het Onderwijs hanteert hiervoor voor alle basisscholen een ondergrens van 85%.
Daarnaast kijken we hoeveel leerlingen het streefniveau (1S/2F) behalen. Dit zijn hogere niveaus voor taal en rekenen. De Inspectie van het Onderwijs houdt bij het beoordelen van schoolresultaten rekening met verschillen tussen scholen en de kinderen die zij onderwijs geven. Hiervoor kijkt de inspectie naar een aantal kenmerken van leerlingen en hun achtergrond. Op basis daarvan wordt bepaald welke resultaten minimaal van een school worden verwacht.
De inspectie kijkt bij de beoordeling naar de resultaten over drie schooljaren. Over de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 behaalde op OBS de Parel gemiddeld 95,0% van de leerlingen het fundamentele niveau (1F). Dit ligt boven de landelijke ondergrens van 85%. Gemiddeld 48,3% van onze leerlingen behaalde het streefniveau (1S/2F). Ook dit ligt boven de ondergrens die voor OBS de Parel geldt van 34,3%.
Deze resultaten laten zien dat onze leerlingen over een periode van drie jaar zowel op het fundamentele niveau als op het streefniveau resultaten behalen die boven de ondergrenzen van de Inspectie liggen. Ook liggen onze driejaarsresultaten boven de resultaten van scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie. Daar zijn we trots op. Tegelijkertijd blijven we kritisch kijken naar verschillen tussen vakgebieden, groepen en schooljaren.
Op OBS de Parel hebben we hoge verwachtingen van al onze leerlingen. Onze basis is stevig en onze volgende stap is om nog meer leerlingen te laten doorgroeien naar het hogere streefniveau. Daarbij hebben we onder andere aandacht voor verdieping binnen rekenen en taalverzorging. We kijken steeds wat een leerling nodig heeft om zich verder te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen.
We vinden goede resultaten belangrijk. Tegelijkertijd vertelt een toetsuitslag nooit het hele verhaal. We bekijken resultaten daarom altijd in samenhang met de ontwikkeling die onze leerlingen gedurende hun schooltijd laten zien. Deze brede ontwikkeling vormt ook de basis voor het schooladvies. Meer informatie hierover vindt u bij Advies voortgezet onderwijs.
Werken aan onderwijskwaliteit
We volgen en analyseren onze onderwijsresultaten gedurende het schooljaar. Dit doen we niet alleen per groep, maar ook gezamenlijk als team. We bekijken wat goed gaat, waar kansen voor verbetering liggen en welke doelen of onderdelen van ons onderwijs extra aandacht vragen. Op basis daarvan maken we gerichte keuzes voor ons onderwijs. We volgen of deze keuzes het gewenste effect hebben en stellen waar nodig bij. Door resultaten en ervaringen samen te bespreken, bij elkaar in de klas te kijken en van elkaar te leren, werken we gezamenlijk aan de kwaliteit van ons onderwijs.
In schooljaar 2024-2025 hebben we een tweejarig rekenverbetertraject afgerond. Binnen dit traject hebben we ons rekenonderwijs op verschillende gebieden versterkt. We hebben onder andere gewerkt aan doorgaande leerlijnen, effectieve instructie volgens EDI, automatiseren, het bewust gebruiken van rekentaal en een rijke leeromgeving. Ook hebben we gewerkt aan een goed gepland en afgestemd aanbod, passend bij wat leerlingen en groepen nodig hebben.
De ontwikkeling van onze leerkrachten was hierin een belangrijk onderdeel. Door scholing, gezamenlijke afspraken, klasbezoeken en het delen van kennis en ervaringen hebben we onze werkwijze verder versterkt. De afspraken en werkwijzen uit het rekenverbetertraject zijn inmiddels onderdeel van ons dagelijks onderwijs. We blijven de resultaten volgen om te zien wat goed werkt en waar verdere ontwikkeling nodig is.
Vanuit deze basis ontwikkelen we ons onderwijs verder. Met de inzet van Focus PO krijgen we steeds gerichter zicht op welke cruciale leerdoelen leerlingen beheersen en welke doelen meer aandacht nodig hebben. We gebruiken deze informatie om ons onderwijs doelgericht te plannen, af te stemmen op wat leerlingen en groepen nodig hebben en waar nodig bij te sturen.
Daarnaast richten we ons op het verder versterken van ons leesonderwijs, met aandacht voor technisch en begrijpend lezen. We zetten onder andere in op voldoende leestijd, woordenschat, leesstrategieën en het vergroten van leesmotivatie en leesroutine. Binnen rekenen willen we de positieve ontwikkeling vasthouden en leerlingen verder laten doorgroeien naar de hogere streefniveaus. Ook binnen taalverzorging kijken we hoe we leerlingen gericht kunnen ondersteunen en uitdagen. Deze aandachtspunten komen voort uit onze analyses van de ontwikkeling en resultaten van onze leerlingen.
De manier van doelgericht en cyclisch werken die we binnen het rekenonderwijs hebben versterkt, voeren we stap voor stap ook door naar andere vakgebieden. We blijven volgen wat onze aanpak oplevert, bespreken dit gezamenlijk en stellen ons onderwijs bij wanneer dat nodig is. Werkwijzen die goed blijken te werken, leggen we vast in onze schoolbrede afspraken. Zo blijven we als team leren en werken we planmatig aan het behouden en verder verbeteren van de kwaliteit van ons onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs
De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs op basisscholen. De inspectie onderzoekt of scholen voldoen aan de wettelijke eisen en kijkt daarbij onder andere naar de onderwijsresultaten, de kwaliteit van het onderwijs en de manier waarop een school haar eigen kwaliteit bewaakt en verbetert.
De rapporten van de Inspectie van het Onderwijs zijn openbaar en te vinden op dewebsite van de Inspectie van het Onderwijs.